In de pers (5)
In de pers (5)
Het Nieuwsblad, Magali Degrande (9/5/2019)
De Morgen, Ciska Hoet (7/5/2019)
Theaterkrant, Pieter T'Jonck (13/5/2019)
De Standaard, Filip Tielens (11/5/2019)
Knack, Els Van Steenberghe (30/4/2019)
‘Hoe dommer het oogt, hoe beter het werkt’
Knack, Els Van Steenberghe (30/4/2019)

Theatermakers Peter Van den Eede en Stef Lernous schreven elk een boek, want er valt wat te vieren. Van den Eede leidt dertig jaar de KOE, Lernous is twintig jaar het opperhoofd van Abattoir Fermé. Tijd voor een gesprek over een potje slijm, verwarde ornithologen en tere moeders.

‘Mijn moeder ligt niet meer op sterven. Ze is het vergeten, denk ik. Ze ligt ook niet meer in het ziekenhuis maar thuis in een ziekenhuisbed. Dat leg ik haar niet meer uit want voor haar is er volstrekt niets veranderd. Blij en verloren houd ik haar hand vast en vraag me af hoe het verder moet. We kijken in de tuin naar dezelfde vogel maar denken aan iets anders. Ik denk: in het oog van de dood was de liefde levend. Maar nu leven we en sterven we langzaam uit elkaar.’

Zo eindigt Peter Van den Eede een essay dat hij op 5 februari 2015 voor het blad Rekto:Verso schreef. Het moest een tekst worden over kunst en mislukking. Net dan lag zijn moeder op sterven. Vals alarm, zo bleek. Tot 19 april 2019. Enkele uren voor ons gesprek gaat zij in alle rust heen. Hoe graag Van den Eede het interview ook wil laten doorgaan, de dood dwingt hem vol op de rem te gaan staan. Voor even. Twee dagen later zit hij naast Stef Lernous in een eethuis in het landelijke Hofstade, waar ze allebei wonen, en legt het concept uit achter KOE DOET BOEK.

Peter Van den Eede: ‘Willem de Wolf, Natali Broods, Wannes Gyselinck en ik hebben een boek gemaakt over het maken van een boek over het maken van toneel. We gingen te werk zoals we bij de KOE te werk gaan: rond de tafel zitten en praten. Thuis schrijven we – vooral Willem en ik – alles uit. De volgende dag lezen we onze teksten aan elkaar voor. Zo verzamel je eilandjes die samen een continent worden. Natali denkt mee, praat mee en inspireert. Zij kan als geen ander teksten screenen en de juiste vragen stellen. Er staan in KOE DOET BOEK ook berichten van bekenden – onder wie de broers Raf en Mich Walschaerts, Damiaan De Schrijver en mijn dochter Ans – die motiveren waarom ze geen bijdrage willen leveren, en tot slot is er een overzicht van alle producties. ACHTER/ AF , het stuk waarmee we op zeven mei in première gaan, wordt het laatste bedrijf van de eerste dertig jaar de KOE.

Waarom moet een verjaardag met een boek worden gevierd?

Peter Van den Eede : Je wilt een kroon op het werk zetten en iets afbakenen. Dat ik op een zucht van de première en de boekvoorstelling mijn moeder moet begraven, maakt het verstikkend hectisch. (zwijgt) Als je stopt met spelen, is het gedaan. Door een boek te maken, doe je minstens een poging om je visie te verwoorden en door te geven.

Er zit zelfs een handleiding bij om een de KOE-voorstelling te maken: een ‘ vademekoe ’. Inspireert jou dat, Stef?

Stef Lernous : Had ik dat op voorhand geweten! Dan had ik met mijn spelers (Tine Van den Wyngaert, Chiel van Berkel, Maja Westerveld en Kirsten Pieters, nvdr) en componist Kreng een de KOE-stuk kunnen maken.

Abattoir Fermé viert zijn twintigste verjaardag ook met een boek: Het ABC van Abattoir Fermé.

Lernous : We houden van mooie boeken en dus stelden we een abecedarium samen voor iedereen die ons werk wil leren kennen. Met, bijvoorbeeld, de ‘A’ van Autopsie Phénomenale , de ‘B’ van Bloedbeestbaan , de ‘Y’ van yell – onze schreeuw voor elke opvoering - en de ‘Z’ van Ziekeliedenstraat , de straat waar ik ben opgegroeid.

Het boek staat vol kleurrijke beelden van opgezette aapjes, schetsen van naakte vrouwen, covers van strips zoals Doom Patrol en Sade the Changing Man. Het boek lijkt een Wunderkammer op papier. Woon je in een kunst- en rariteitenkabinet?

Lernous : Mijn huis is volgestouwd met alles wat ik mooi vind: filmaffiches, strips, boeken en allerlei spullen. (tegen Van den Eede:) Weet je dat ik altijd een beetje geïmponeerd was door (collega-acteur, nvdr) Damiaan De Schrijver? Tot ik hem ontmoette in een speelgoedwinkel. Hij stond met zijn vinger in een potje slijm te dabben.

Van den Eede : Dat is helemaal Damiaan.

Lernous : ‘Damiaan? Dat ik u hier moet treffen tussen ‘t speelgoed’, zei ik. ‘Gij zijt hier toch ook’, antwoordde hij. Toen ik ontdekte dat hij ook van speelgoed houdt – ik verzamel plastic diertjes – durfde ik hem te vragen om mee te spelen in onze langspeelfilm Hotel Poseidon , die in oktober 2019 uitkomt.

Ik heb ook nog een lijst met te lezen romans, maar daar kom ik voorlopig niet aan toe. Als je één roman zou moeten kiezen, Peter, welke zou je Stef dan aanraden?

Van den Eede : Het leven is een gebruiksaanwijzing van Georges Perec. Dat boek kocht ik op aanraden van collega-theatermaker Dirk Pauwels. ‘Da’s iets voor u!’, zei hij. Hij had gelijk. Perec beschrijft er op minutieuze wijze het leven in een appartementsgebouw in Parijs. Hij beschrijft echt alles. Van hoe een papiertje op een tafeltje ligt tot hoe iemand stapt. Soms is het oersaai, soms ontzettend grappig. Het leven zoals het is. Dat is het DNA van de KOE.

Je had ook een roman van Jean-Marie Henri Berckmans kunnen voorstellen: hij staat lachend op de foto in KOE DOET BOEK .

Van den Eede : We vroegen hem in 1994 om een tekst te schrijven. Hij wilde dat wel doen. En toen moest hij me wat vertellen: ‘Ik durf het bijna niet te zeggen, maar ik kan dat niet.’ We mochten wel met zijn boeken aan de slag. Zo ontstond De menagerie van de

Copyright © 2019 Belga. Alle rechten voorbehouden

schamele drie, een stuk over gewone mensen die veel zin hebben in het leven maar het steeds weer verbrodden. De vorm was daarbij even belangrijk als de inhoud, want...

Lernous : Peter, mag ik u vanaf nu inhuren om al mijn interviews te doen? In wat een volzinnen praat jij!

Van den Eede : (onbewogen) ... hoe dommer het oogt, hoe beter het werkt. Dat is de truc. Dat komt uit Denis Diderots Paradox over de toneelspeler : ‘Pas als ze dom geworden zijn, beginnen de toneelspelers te spelen.’

Wat was het eerste boek dat jij hebt gekocht, Stef?

Lernous : Met mijn eerste spaarcenten kocht ik Lewis Carrolls Alice in Wonderland . Nog steeds zoek ik in elk beeld naar verwondering.

‘Ik was een eenzaam kind’, schrijf je in het abecedarium. Ligt daar de kiem van jouw taal?

Lernous : Wellicht. Mijn zus is elf jaar ouder. Mijn vader werkte bij Renault en mijn moeder was poetsvrouw. We woonden op een klein appartement. Zodra het kon, ik was amper zeven jaar, was ik hele dagen alleen thuis. Ik keek televisie, maakte robots en tekende. Was mijn fantasie toen al ‘wild’? Euh... Ik herinner me dat ik op de laatste schooldag van het zesde leerjaar naar school trok met een zaag. Ja, dat mocht van mijn ouders. Ik wilde de goochelact met mijn klasgenootje Valerie voltooien en haar in tweeën zagen.

Van den Eede : Bloedend in het EHBO-lokaal van de basisschool werd theatermaker Stef Lernous geboren?

Lernous : Exact.

En wat voor kind was jij, Peter?

Van den Eede : Een tafelspringer. Dat bleef ik tot ik op de scène mocht springen. Ik keek vaak naar KVS-voorstellingen op televisie én ik was gek op Toon Hermans. Ken je die sketch waarin hij uitlegt wat een stoel is?

Lernous : De stoel van mijn zuster . Fantastisch!

Van den Eede : Zo dom en daardoor zo goed. Het publiek lag strijk. Hermans vertelde met zijn sketches iets over de condition humaine op een bedrieglijk eenvoudige manier. Ik werd zenuwachtig als het einde van zijn show naderde, omdat ik niet wilde dat het al gedaan was. Door hem besloot ik toneelspeler te worden.

Wat vonden je ouders daarvan?

Van den Eede : Mijn moeder was huisvrouw, mijn vader bibliothecaris en dichter. Ze kenden de theaterwereld niet. Maar zodra ze
me zagen spelen, waren ze overtuigd. Op mijn zeventiende speelde ik voor het eerst toneel in de secundaire school. Tijdens mijn conservatoriumjaren speelde ik in Ivo van Hoves Troilus en Cressida in de rode zaal van deSingel. Scenograaf Jan Versweyveld hing er nog een extra batterij spots bij. Als je in dat licht stapte, baadde je meteen in het zweet. Dat was een sauna op de scène. Toch voelde het even groots aan als het moment waarop een piloot voor het eerst zelf vliegt. Mijn vader zag dat ik dit wilde. Hij was fier. Twee maanden later is hij gestorven.

Je hebt nog twee jaar gewacht om de KOE op te richten.

Van den Eede : Nadat ik was afgestudeerd, speelde ik wat rolletjes, maar nooit iets waarvan ik dacht: dat wil ik de rest van mijn leven doen. Het dieptepunt was een passage in de KVS. Dat huis voelde als een porseleinwinkel waar niemand iets wilde kopen en waar wij per ongeluk van alles omstootten. Toen besloten Bas Teeken – met wie ik studeerde – en ik een stuk over twee ornithologen te maken. Het moest goed worden. Onze carrière én onze vriendschap hing ervan af. De try-out was rotslecht. De avond voor de première zou Dora Van der Groen (actrice en theaterdocente, nvdr) langskomen. Die avond belde ze af, ze was ziek. ‘Ik heb er alle vertrouwen in, jongens. Wees gewoon Bas en Peter.’ Dat was het beste advies ooit. Op de scène stonden twee onwetende ornithologen: doorzichtige façades voor de verweesde Bas en Peter. We gingen in première op 27 mei 1989 in de Zwarte Zaal van het Conservatorium. Het pilootgevoel was er weer! We noemden onszelf de KOE. Bas fotografeerde een paard in de wei, dat werd ons logo. Dat vonden wij wel passen.

Jij hebt geen opleiding gevolgd, Stef. Heb je daar spijt van?

Lernous : Geen seconde. Ik haat scholen, ook al ben ik nu spelcoach aan het Brusselse RITCS. Ik begeleidde er ook Ans,
Peters oudste dochter en daardoor ook een beetje mijn dochter. (lacht) Ik heb onnoemelijk veel lege jobs gehad terwijl ik in het amateurtheater experimenteerde als acteur, regisseur, decorontwerper. De laatste ‘lege job’ was gsm’s verkopen. Daarna ontvingen we als Abattoir Fermé onze eerste projectsubsidie.

Een van jouw iconische voorstellingen is Tourniquet (2007), waarin drie naakte performers een mystiek, sensueel ritueel uitvoeren. Zou je dat vandaag nog kunnen maken?

Lernous : Waarom niet? Theater moet veilig zijn.

Van den Eede : Veilig, Stef?

Lernous : Een veilige plek om álles te maken wat je wilt maken.

Van den Eede : Ik zag jullie Colossus – een vier uur durende trip in het door bureaucratie verkrachte universum van de familie Onderling – in november 2017, toen de #MeToo-bom barstte. De frisse, frivole scènebeelden waren als scherpe voetnoten bij de

Copyright © 2019 Belga. Alle rechten voorbehouden

actualiteit. Zonder expliciet politiek te zijn. De KOE kreeg vaak de opmerking nooit politiek te zijn. Dat is de grootste onzin. We zijn politiek, niet expliciet maar in de vorm.

Wat wordt jouw volgende politieke stuk? Van den Eede : Seksen. Met haakjes. Lernous : Aha?

Van den Eede : Seks(e)(n) gaat, onder meer, over de verwarring die nu overheerst. Wat is grensoverschrijdend gedrag? Wat mag wel? Wat mag niet meer? Wat mag intussen weer wel? Het vertrekpunt is Goethes roman Die Wahlverwandtschaften, over de chemie tussen een echtpaar, een vriend van de echtgenoot en een nichtje van zijn vrouw.

Welke droom moet nog uitkomen?

Van den Eede : Sommige dromen blijven dromen. Als kind tekende ik elke dag. Tot ik dagelijks op de planken stond. Ik zou graag herbeginnen, maar dan moet er een atelier zijn. Ik weet niet of er ooit nog een atelier komt. Opera’s regisseren, zoals Stef, is geen droom. Als kind hield ik veel van musicals. Maar Natali heeft een bloedhekel aan musicals. Dat zal dus niet lukken. (lacht)

Lernous : Misschien is de musical Kiss me Kate een idee? Daarin zit het nummer Brush Up Your Shakespeare . Check dat. Ooit hoop ik een strip te maken. Volgend seizoen maken we De Zandman met Theater Freiburg en nog eens een kinderstuk in HETPALEIS. Groezel gaat dat heten. En ik regisseer een herschreven Ubu Roi van Alfred Jarry voor het Berliner Ensemble.

Een van de pakkendste passages uit jouw abecedarium, Stef, is de tekst over je nachtelijke wandelingen door je huis. Vanwaar die onrust?

Lernous : Kijk naar me, dit lijf is te zwaar voor mijn hart. Ik ben een slechte slaper. Bijna elk uur word ik wakker.

Van den Eede : Dat ken ik. Ik ben 56, mijn vader stierf toen hij 59 was. Ik wil mijn kinderen het verdriet besparen dat ik had toen mijn vader stierf. Dat is verschrikkelijk. Ik voel het nog steeds. Dus tracht ik minder ongezond te leven dan mijn vader. Dat wil zeggen: naast de bourgondische uitspattingen ga ik vier keer per week rennen. Ook na een slapeloze nacht, ja. Dan ren ik wat rustiger.

Lernous : Ik leef rustig omdat ik niet vóór mijn moeder wil heengaan.

Je schrijft in het boek dat zij nog steeds in de flat in de Ziekeliedenstraat woont.

Lernous : Ze woont er al 46 jaar. Ze is 79 jaar. Twee jaar geleden is mijn vader gestorven. Dat was moeilijk. Mijn ouders leefden meer dan vijftig jaar samen. Ze begrepen amper wat ik deed, maar ze waren trots. Dat hoorde ik van mijn spelers. Mijn moeder klampt hen altijd direct na een voorstelling aan om van alles te vertellen. Ze heeft altijd véél te vertellen. Tegen mij zegt ze niets. Behalve dat ‘het hier in het theater proper is’.

Enkele jaren geleden nam ik mijn ouders mee naar Tristan und Isolde , dat ik in 2013 regisseerde bij Opera Vlaanderen. Groter kun je niet uitpakken hè? Achteraf, in de auto, hield ik het niet meer uit. Ik moest weten wat ze ervan vonden. ‘En pa?’, vroeg ik. ‘Hoeveel kost een kaartje?’, antwoordde hij. ‘Ik denk twintig tot ruim honderd euro’, zei ik. ‘Ach ja, die muzikanten moeten ook betaald worden, hè’, was zijn reactie. Mijn moeder zweeg. Maar net na mijn vaders dood was het eerste wat ze me vroeg: ‘Ik mag toch nog altijd naar uw voorstellingen komen kijken, hè jongen?’ Natuurlijk, moeder.